cartoonist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • car·too·nist
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord cartoonist cartoonisten
verkleinwoord cartoonistje cartoonistjes

Zelfstandig naamwoord

cartoonist m

  1. (beroep) iemand die spotprenten tekent
    • Deze cartoonist kan soms de zaken flink aan de kaak stellen. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie