carnivoor

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • car·ni·voor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord carnivoor carnivoren
verkleinwoord carnivoortje carnivoortjes

Zelfstandig naamwoord

carnivoor m

  1. (dierkunde) een vleesetend dier
    Een tijger is een carnivoor.
Synoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl