carnavalesk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • car·na·va·lesk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen carnavalesk carnavalesker carnavaleskst
verbogen carnavaleske carnavaleskere carnavaleskste
partitief carnavalesks carnavaleskers -

Bijvoeglijk naamwoord

carnavalesk

  1. lijkend op, of passend bij carnaval
    • Want micronaties worden door geen enkel land of organisatie erkend – wat de oprichters overigens meestal niet belet een eigen paspoort, munteenheid, nationale feestdagen en zelfs tijdzone te voeren. Er bestaan wereldwijd zo’n 400 van zulke initiatieven. Sommige werden opgericht als ludieke actie, waarbij het vooral lijkt te gaan om de verkleedpartijen en de carnavaleske feesten. De Franse Republiek Seaugais, een van de oudste nog bestaande micronaties, ontstond zo in 1947 als een grap van hotelier Georges Pourchet, die zelfs een lp met nationale hymnen liet opnemen.[1] 
Synoniemen
  1. dwaas, uitgelaten, uitbundig

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Rianne van Dijck 12 september 2016