carbonaat
Uiterlijk

- car·bo·naat
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | carbonaat | carbonaten |
| verkleinwoord | - | - |
het carbonaat o
- (scheikunde) een anion van koolstof en zuurstof, met als brutoformule CO32–. Een carbonaat is een zout of ester van diwaterstofcarbonaat (koolzuur)
- Het woord carbonaat staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "carbonaat" herkend door:
| 93 % | van de Nederlanders; |
| 96 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be