caramel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·ra·mel

Zelfstandig naamwoord

caramel m

  1. verouderde spelling of vorm van karamel tot 1996, van 1955 tot 1996 toegelaten vorm in de officiële spelling
     Broeder Ambrosius was ontroerd, en voor groter zekerheid was hij met het kladje naar Frère Fernand gegaan ter correctie, en Frère Fernand was persoonlijk bij Prosper gekomen, had hem over het haar gestreeld, en hem een caramel gegeven.[1]

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 2 mei 2020 Weblink bron Edmond Nicolas op Wikipedia “Brocaat en boerenbont. Schering en inslag van een fabrikantenleven.” (1949), Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht / Brussel, p. 25
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Engels

enkelvoud meervoud
caramel caramels

Zelfstandig naamwoord

caramel

  1. karamel


Frans

enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  caramel     le caramel     caramels     les caramels  

Zelfstandig naamwoord

caramel m

  1. karamel