cao

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cao
enkelvoud meervoud
naamwoord cao cao's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

cao v

  1. (initiaalwoord), (afkorting) de afkorting voor collectieve arbeidsovereenkomst
    - De vakbonden onderhandelden voor een betere cao
    - Na bijna drie jaar onderhandelen is er een akkoord gesloten voor een nieuwe CAO voor supermarktmedewerkers. Dat heeft vakbond CNV maandag bekend gemaakt. In de nieuwe CAO is een loonsverhoging van in totaal 5 procent opgenomen. Ook gaat de leeftijd waarop werknemers het salaris van een volwassene krijgen van 23 naar 22 jaar. De nieuwe CAO is met terugwerkende kracht geldig vanaf april 2013 tot met maart 2017.[1]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. Wouter van Dijke NRC 28 december 2015


Vietnamees

Bijvoeglijk naamwoord

cao

  1. hoog: zich op grote hoogte bevindend.
  2. hoog: een grote hoogte hebbend.
Antoniemen