Naar inhoud springen

canule

Uit WikiWoordenboek
  • ca·nu·le
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘buisje om wonden open te houden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1748 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord canule canules
verkleinwoord

decanulev/m

  1. (medisch) buisje
68 %van de Nederlanders;
67 %van de Vlamingen.[2]