cancan
Uiterlijk
- can·can
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘revuedans’ voor het eerst aangetroffen in 1847 [1]
- [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | cancan | cancans |
| verkleinwoord | - | - |
- (dans) beroemde 19e-eeuwse revuedans uit Frankrijk, vooral bekend van de Parijse Moulin Rouge
- Het woord cancan staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "cancan" herkend door:
| 68 % | van de Nederlanders; |
| 71 % | van de Vlamingen.[5] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "cancan" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ cancan op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| cancan | le cancan | cancans | les cancans |
cancan m
- [2] cancaner
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Dans in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 68 %
- Prevalentie Vlaanderen 71 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 6
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Dans in het Frans