cameraman

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·me·ra·man
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord cameraman cameramannen
verkleinwoord cameramannetje cameramannetjes

Zelfstandig naamwoord

cameraman m

  1. (beroep) beroep waarbij het bedienen een video- en/of filmcamera centraal staat
    • Hij werkt als cameraman bij de omroep. 
  2. diegene die de camera bedient
    • Dan is hij/zij de cameraman. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie