camelia

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·me·lia
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘kamerplant’ voor het eerst aangetroffen in 1847 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord camelia camelia's
verkleinwoord cameliaatje cameliaatjes

Zelfstandig naamwoord

camelia v / m [3]

  1. (plantkunde) Camellia op Wikispecies een geslacht van bedektzadigen in de familie Theaceae met donkergroene, leerachtige bladeren en grote, meestal gevulde bloemen ook gebruikt als kamerplant
Vertalingen

Gangbaarheid

69 % van de Nederlanders;
72 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen