camarilla

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·ma·ril·la
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord camarilla camarilla's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

camarilla v/m [2]

  1. (politiek) (pejoratief) de kleine groep van mensen die achter de schermen, in het verborgene de macht hebben
     De dag van de verkiezingen bleek echter ook het begin van een reeks andere verrassingen: de riante derde plaats voor generaal Alexandr Lebed, de alliantie tussen Jeltsin en Lebed en het in adembenemend tempo van het politieke toneel verwijderen van Gratsjov, Korzjakov en Barsoekov, Jeltsins oude getrouwe camarilla.[3]
Synoniemen

Gangbaarheid

23 % van de Nederlanders;
20 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. camarilla op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Bronlink Weblink bron ANET BLEICH op Wikipedia “DE VEROVERAAR VAN MOSKOU” (22 juni 1996), de Volkskrant
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be