calciner
Uiterlijk
- Geluid: calciner (Lyon) (hulp, bestand)
- IPA: /kal.si.ne/
- leenwoord van middeleeuws Latijn calcinare met dezelfde betekenis, een afleiding van calx, calcis "kalk" [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| calciner |
calcinais |
calciné |
| eerste groep | volledig | |
calciner
- overgankelijk (scheikunde) door hitte calciumcarbonaat omzetten in ongebluste kalk (calciumoxide)
- overgankelijk (scheikunde) een stof of voorwerp volledige verbranding doen ondergaan, calcineren
- overgankelijk afbranden [2], geheel door brand vernietigen
- overgankelijk (figuurlijk) verwoesten, vernietigen
- wederkerend (scheikunde) gecalcineerd worden
- wederkerend afbranden [1], afgebrand worden
- ↑ calciner (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.