calciet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cal·ciet
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van calc met het achtervoegsel -iet
enkelvoud meervoud
naamwoord calciet -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

calciet o [1]

  1. (mineraal) mineraal dat voornamelijk bestaat uit het zout calciumcarbonaat (CaCO3)
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

51 % van de Nederlanders;
61 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen