calamiteus
Uiterlijk
- Geluid: calamiteus (hulp, bestand)
- IPA: / ˌkalamiˈtøs / (4 lettergrepen)
- ca·la·mi·teus
- van Frans calamiteux bn "rampzalig" [1]
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | calamiteus | calamiteuzer | calamiteust |
| verbogen | calamiteuze | calamiteuzere | calamiteuste |
| partitief | calamiteus | calamiteuzers | - |
calamiteus
- (waterbeheer) (van polders en waterschappen) door gebrek aan middelen onvoldoende in staat om een overstroming te voorkomen
- ▸ Er ligt een brede deltadijk die de calamiteuze Borsselse polder wat minder calamiteus maakt.[2]
- met veel ellende in korte tijd
- ▸ Onderweg naar het postkantoor in de binnenstad viel hem het gekrijs van de krantenverkopertjes op, luider dan anders met hun aanprijzing, en hoewel hij nauwelijks een dagblad inkeek sinds hij wist dat de oorlog in Europa ten einde was en de vrede alsnog voor allen één groot verlies waarvan zij nog lang niet in staat waren de balans op te maken, kocht hij er nu toch een, verleid door de extra grote vette letters die hij zag op het gevouwen buitenblad. Vluchtig zich van het nieuws vergewissend onder het licht van een straatlantaren en nog in de mening dat het een calamiteus plaatselijk bericht betrof, kon hij zijn ogen niet geloven toen hij las wat de Amerikanen ‘ter bespoediging van de eindstrijd tegen Japan’ voor duivelswerk hadden uitgedacht en toegepast.[3]
- [1] noodlijdend
- [2] rampspoedig, rampzalig
- Het woord 'calamiteus' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Weblink bron André OosthoekAndré Oosthoek in gesprek met Hans Warren : midi le juste in: Maatstaf., jrg. 19 nr. 6 (oktober 1971), De Arbeiderspers, Amsterdam, p. 368 - ↑
Weblink bron “Zusters van liefde.” (1988), Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam, ISBN 9023656814, p. 366