Naar inhoud springen

calamiteus

Uit WikiWoordenboek
  • ca·la·mi·teus
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen calamiteuscalamiteuzercalamiteust
verbogen calamiteuzecalamiteuzerecalamiteuste
partitief calamiteuscalamiteuzers-

calamiteus

  1. (waterbeheer) (van polders en waterschappen) door gebrek aan middelen onvoldoende in staat om een overstroming te voorkomen
     Er ligt een brede deltadijk die de calamiteuze Borsselse polder wat minder calamiteus maakt.[2]
  2. met veel ellende in korte tijd
     Onderweg naar het postkantoor in de binnenstad viel hem het gekrijs van de krantenverkopertjes op, luider dan anders met hun aanprijzing, en hoewel hij nauwelijks een dagblad inkeek sinds hij wist dat de oorlog in Europa ten einde was en de vrede alsnog voor allen één groot verlies waarvan zij nog lang niet in staat waren de balans op te maken, kocht hij er nu toch een, verleid door de extra grote vette letters die hij zag op het gevouwen buitenblad. Vluchtig zich van het nieuws vergewissend onder het licht van een straatlantaren en nog in de mening dat het een calamiteus plaatselijk bericht betrof, kon hij zijn ogen niet geloven toen hij las wat de Amerikanen ‘ter bespoediging van de eindstrijd tegen Japan’ voor duivelswerk hadden uitgedacht en toegepast.[3]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 4 september 2025 Weblink bron
    André Oosthoek
    André Oosthoek in gesprek met Hans Warren : midi le juste in: Maatstaf., jrg. 19 nr. 6 (oktober 1971), De Arbeiderspers, Amsterdam, p. 368
  3. Bronlink geraadpleegd op 4 september 2025 Weblink bron “Zusters van liefde.” (1988), Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam, ISBN 9023656814, p. 366