cachetteerden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·chet·teer·den

Werkwoord

vervoeging van
cachetteren

cachetteerden

  1. meervoud verleden tijd van cachetteren
    • Wij cachetteerden. 
    • Jullie cachetteerden. 
    • Zij cachetteerden.