cabotage

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·bo·ta·ge
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord cabotage cabotages
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

cabotage v

  1. (scheepvaart) kustvaart, kusthandel
  2. het recht van een bedrijf uit het ene land om in een ander land handel te drijven
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen


Frans

Uitspraak
Woordafbreking
  • cabo·tage
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  cabotage     la cabotage     cabotages     les cabotages  

Zelfstandig naamwoord

cabotage m

  1. cabotage
Overerving en ontlening

Verwijzingen