buxushaag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

buxushaag
Uitspraak
Woordafbreking
  • buxus·haag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord buxushaag buxushagen
verkleinwoord buxushaagje buxushaagjes

Zelfstandig naamwoord

buxushaag v/m

  1. afscheiding in een tuin of park bestaande uit een aaneengesloten rij gesnoeide buxusboompjes
    • Maar die 43 man personeel, dat vindt Hester zorgelijk. "Het is niet zo dat deze staf ook nog eens de 4795 ramen gaat lappen en de buxushaag naar het evenbeeld van Jay-Z knipt – om maar eens wat te noemen. Zo is er bijvoorbeeld een verpleegster die de nagels van de kinderen knipt. [1] 
    • Na de zomervakantie gaat het gehele plein op de kop. Er wordt nieuwe bestrating aangebracht, er komen beplantingsvakken met meerstammige bomen, lantaarns, een buxushaag aan de zijde van de Rozengaarde en een speelterrein met het interactieve speeltoestel ‘Memo’. [2] 

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. De Telegraaf HESTER ZITVAST 08 aug. 2017 43 man personeel voor je tweeling? Ga zelf genieten van je kinderen Beyoncé
  2. Tubantia Ronald Vrugteman 21-03-17 Facelift voor Europaplein in Rijssen