buxus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Buxus sempervirens

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • buxus
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord buxus buxussen
verkleinwoord buxusje buxusjes

Zelfstandig naamwoord

buxus m

  1. (plantkunde) Buxus sp. op Wikispecies een geslacht van struiken en heesters uit de buxusfamilie (Buxaceae).
    • Heggen van buxus kunnen door zorgvuldig snoeien allerlei vormen gegeven worden. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen


Latijn

Zelfstandig naamwoord

buxus v

  1. buxus
  2. buxushout
Synoniemen
Verbuiging