bustoer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bus·toer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bustoer bustoeren
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bustoer m

  1. een reis met een touringcar
    • Wie benieuwd is hoe de aanleg van de nieuwe N18 vordert, kan aankomende zaterdag met Noaber18 en Rijkswaterstaat op sleeptouw. In het kader van de Dag van de Bouw houden de wegenbouwers een bustoer over en langs het tracé tussen Enschede en Eibergen. [1] 
    • Om de eerste verjaardag te vieren, maken ruim twintig in dikke bontjassen gehulde sekswerkers maandag een bustoer door Nederland. Ze vertrekken vanuit Amsterdam en stoppen onder meer in Hoorn, halverwege de Afsluitdijk, Heerenveen, Meppel en Zwolle. Op elke stop stappen ze uit de bus voor een korte 'flits act'. [2] 
    • 10.00 uur: ontvangst met koffie en lekkernij in oude aankomst- en vertrekhal, de BUZZterminal. 10.40 uur: BUZZtoer langs bijzondere plekken en te voet naar de schietbaan en start/landingsbaan. 12.00 uur: lunch in shelter; info over evenementenlocatie de Stip. 13.00 uur: vervolg bustoer met aandacht voor en uitleg over nieuwe bestemmingen op het terrein. [3] 
    • Zo druk als het is bij de per helikopter ingevlogen dj's Sunnery James & Ryan Marciano, zo rustig is het bij de bustoer van Shelter City. [4] 

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.

Verwijzingen