busstation

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

busstation
Uitspraak
Woordafbreking
  • bus·sta·ti·on
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord busstation busstations
verkleinwoord busstationnetje busstationnetjes

Zelfstandig naamwoord

busstation o

  1. (verkeer) een plek waar meerdere buslijnen tezamen komen en waar meerdere bushaltes zijn, het is een plaats waar mensen van de ene op de andere bus of naar de trein kunnen overstappen
    Bij de grote treinstations is ook een busstation gelegen.
Vertalingen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie