busbaan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Busbaan
Uitspraak
Woordafbreking
  • bus·baan
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord busbaan busbanen
verkleinwoord busbaantje busbaantjes

Zelfstandig naamwoord

busbaan v/m

  1. een weg of gedeelte van een weg waar alleen bussen (en trams) mogen rijden.
    • Busbanen en -stroken dragen bij aan een betere doorstroming van het busverkeer, waardoor reizigers sneller van A naar B kunnen reizen en het vervoerbedrijf minder bussen en personeel nodig heeft om dezelfde ritfrequentie te kunnen aanbieden. 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.

Meer informatie