bulderaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bul·de·raar
Woordherkomst en -opbouw

Naamwoord van handeling van bulderen met het achtervoegsel -aar

enkelvoud meervoud
naamwoord bulderaar bulderaars
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bulderaar m

  1. iemand die hard schreeuwt
    •  
  2. een sterke wind die door dichters als een persoon wordt aangeduid

Gangbaarheid

76 % van de Nederlanders;
80 % van de Vlamingen.