buitenzij
Uiterlijk
- bui·ten·zij
- samenstelling van buiten en zij zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | buitenzij | buitenzijden buitenzijdes |
| verkleinwoord | - | - |
- die kant die buiten ligt
- Het woord buitenzij staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.