buitentalige

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bui·ten·ta·li·ge
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

buitentalige

  1. verbogen vorm van de stellende trap van buitentalig
     Altijd was gedacht dat taalverwerking veel te snel ging om er ook nog eens buitentalige kennis bij te betrekken.[1]

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 10 februari 2020 Weblink bron Hendrik Spiering “De Nederlandse treinen zijn wit” (11 juni 2005) op nrc.nl