buitensluiten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bui·ten·slui·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
buitensluiten
sloot buiten
buitengesloten
klasse 2 volledig

Werkwoord

buitensluiten

  1. overgankelijk niet binnen een bepaalde kring toelaten
    • Die groep is altijd volledig buitengesloten. 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.