buitengebeuren
Uiterlijk
- bui·ten·ge·beu·ren
- geen meervoud, samenstelling van buiten en gebeuren zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | buitengebeuren | - |
| verkleinwoord | - | - |
het buitengebeuren o
- wat zich in de openlucht afspeelt
- Het woord buitengebeuren staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.