buitenechtelijk
Uiterlijk
- bui·ten·ech·te·lijk
- samenstelling van buiten en echtelijk
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | buitenechtelijk | buitenechtelijker | buitenechtelijkst |
| verbogen | buitenechtelijke | buitenechtelijkere | buitenechtelijkste |
| partitief | buitenechtelijks | buitenechtelijkers | - |
buitenechtelijk
- niet binnen het raamwerk van het huwelijk
- Zijn buitenechtelijke escapade kwam hem duur te staan.
- Veel rijke en belangrijke mannen hebben buitenechtelijke relaties en kinderen.
1. niet binnen het raamwerk van het huwelijk
- Het woord buitenechtelijk staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "buitenechtelijk" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be