buffet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • buf·fet
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘schenktafel, tapkast’ voor het eerst aangetroffen in 1343 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord buffet buffetten
verkleinwoord buffetje buffetjes

Zelfstandig naamwoord

buffet o [3]

  1. meubelstuk waarin men tafelgoed en -zilver opbergt
  2. (kookkunst) tafel met allerlei etenswaar die je zelf kunt uitkiezen en pakken (lopend buffet, wandelbuffet)
    • Een Zweeds kerstdiner is volgens de traditie een rijkelijk gevarieerd buffet met zowel warme als koude gerechten. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen