brunch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Bruch
Uitspraak
Woordafbreking
  • brunch
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord brunch brunches
(brunchen)
verkleinwoord brunchje brunchjes

Zelfstandig naamwoord

brunch m

  1. maaltijd in de late ochtend of middag die tegelijk als ontbijt en als lunch dienst doet
    • Voor de brunch graag telefonisch reserveren. 
    • Laten we van dit late ontbijt maar een brunch maken. 

Werkwoord

vervoeging van
brunchen

brunch

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van brunchen
    • Ik brunch. 
  2. gebiedende wijs van brunchen
    • Brunch! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van brunchen
    • Brunch je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie