bruinwerker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bruin·wer·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bruinwerker bruinwerkers
verkleinwoord bruinwerkertje bruinwerkertjes

Zelfstandig naamwoord

bruinwerker m

  1. (scheldwoord) een flikker.