bruinvis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bruin·vis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bruinvis bruinvissen
verkleinwoord bruinvisje bruinvisjes

Zelfstandig naamwoord

bruinvis m

  1. (zoogdieren) Phocoena phocoena op Wikispecies, kleine donkere tandwalvis
    • Met ons beperkte waarnemingsveld hebben we vaak niet in de gaten wat we aanrichten in die wondere wereld. Als wij hier voor de kust een paal in de grond heien, hoort een walvis onder water dat tot in Schotland. Een bruinvis binnen een kilometer van zo’n klap is direct doof. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen