bruinhemd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bruin·hemd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bruinhemd bruinhemden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bruinhemd m

  1. (historisch) lid van de SA in nazi-Duitsland
  2. (figuurlijk) nationaal-socialist of fascist
    • Om zijn opmerkingen over migratie werd hij een bruinhemd genoemd. 
Vertalingen

Gangbaarheid

74 % van de Nederlanders;
63 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be