bruinbrood

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bruin·brood
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bruinbrood bruinbroden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bruinbrood o

  1. (voeding) brood gebakken van tarwemeel dat rijk is aan zemelen
    • Deze heeft wat hout en blijft dan ook prima overeind bij stevige smaken als makreel, brandade en bisque. Ondertussen wordt het tafelwater steeds keurig bijgevuld en komen er stukken goed bruinbrood met gezouten boter op tafel; de avond verloopt vlekkeloos. John Dory is, dat stellen we verheugd vast, een mooie, moderne zaak waar met liefde, ambitie en op hoog niveau gekookt wordt. Liefde voor de gasten, voor het eten en voor de vis in het bijzonder.[1] 
    • Die opvatting lijkt echter niet te kloppen, zo blijkt uit de Glycemische Index (GI). Dat is een maat om te laten zien hoe snel koolhydraten in de darm verteren en als glucose in het bloed worden opgenomen. Uit de index is af te lezen dat wit- en bruinbrood juist producten zijn met ‘snelle’ koolhydraten die suikerpieken in het bloed veroorzaken.[2]  
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. NRC Petra Possel 27 mei 2016
  2. NRC Jochen Veys 8 augustus 2013