brui

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • brui
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord brui
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

brui m

  1. [1]
    •  
Uitdrukkingen en gezegden
  • er de brui aan geven
ergens mee stoppen omdat er geen verlangen meer is om door te gaan

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen