bruggenbouwer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

[1] bruggenbouwer
Uitspraak
Woordafbreking
  • brug·gen·bou·wer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bruggenbouwer bruggenbouwers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bruggenbouwer m

  1. iemand actief is in de bouw van bruggen
  2. (figuurlijk) iemand die mensen uit verschillende groepen met elkaar in contact brengt
    • “Ilse wordt bestempeld als toegankelijk, met groot gevoel voor humor en is zeer betrokken. Ze heeft zich de afgelopen 4 jaar zeer actief ingezet voor de permanente campagne en daarmee laten zien hoe belangrijk het als bestuurder is om tussen de mensen te staan en te weten wat er speelt. Ze weet op de juiste momenten contacten met buurgemeenten, provincie of landelijk te zoeken. Ze wordt daardoor bestempeld als een echte bruggenbouwer.” [1] 
    • Kevin Strootman gaf het voor de halve finales van de Champions League nog aan: ook bij AS Roma zag iedereen zijn ongekende potentie. Maar waar het hem daar aan ontbrak, was het daadwerkelijk verzilveren van dat eindeloze aantal kansen dat hij creëerde. Daar heeft hij in een paar maanden definitief mee afgerekend. Salah wordt op handen gedragen in Liverpool, wordt daar inmiddels gezien als een maatschappelijke bruggenbouwer en nadert in zijn geboorteland de status van het opperwezen. [2] 
  3. (figuurlijk) iemand die mensen uit vijandige groepen met elkaar in contact brengt
    • Annan (80) was van 1997 tot en met 2006 secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Die periode werd gedomineerd door oorlogen in Irak, Rwanda en Bosnië. Annan werd veel geprezen als bruggenbouwer. In 2001 kreeg hij de Nobelprijs voor Vrede. [3] 
Synoniemen


Gangbaarheid


Verwijzingen