brot

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Brot

IJslands

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoordse zelfstandige naamwoord brot
Klasse n
sterk
enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   brot     brotið     brot     brotin  
genitief   brots     brotsins     brota     brotanna  
datief   broti     brotinu     brotum     brotunum  
accusatief   brot     brotið     brot     brotin  

Zelfstandig naamwoord

brot, o

  1. (het) breken
  2. brokstuk, fragment, wrakstuk
  3. breuk
  4. fractie (een afgebroken stuk)
  5. knik, sponning
  6. uittreksel (boek, film, uitzending)
  7. (juridisch) braak (spreektaal), inbreuk
  8. (juridisch) delict, inbreuk (op de wet), misdrijf, vergrijp
    «Þetta brot er langt frá því að vera fyrnt.»
    Dit misdrijf is nog lang niet verjaard.
  9. (medisch) breuk, fractuur
  10. (sport) overtreding(van de spelregels)
  11. (wiskunde) breuk, breukgetal
Synoniemen


Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [8]: grunaður um brot
verdacht
  • [8]: grunur um brot
verdenking

Zelfstandig naamwoord

brot

  1. accusatief onbepaald onzijdig enkelvoud van brot

brot

  1. nominatief onbepaald onzijdig meervoud van brot

brot

  1. accusatief onbepaald onzijdig meervoud van brot


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • brot
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoordse zelfstandige naamwoord brot
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   brot     brotet     brot     brota  

Zelfstandig naamwoord

brot, o

  1. breuk, doorbraak
  2. (figuurlijk) schending
  3. scheur
  4. groeve
Schrijfwijzen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: brot på telesambandet
een braaak in het telefoonnet

Zelfstandig naamwoord

brot

  1. nominatief onbepaald onzijdig meervoud van brot