broodkast
Uiterlijk

- brood·kast
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | broodkast | broodkasten |
| verkleinwoord | broodkastje | broodkastjes |
- plaats waarin men brood en ander eten opbergt
- „De beesten hebben de weg naar de broodkast weten te vinden en knagen daar aan de broden. ’s Ochtends om zes uur worden de aangevreten exemplaren weggegooid”, vertelt de vakbondsman. Daarnaast is er volgens hem een probleem met de watervoorziening. Hierover en over haperende luchtbehandeling en koelingen stuurde personeel in januari een brandbrief aan de interne medezeggenschapscommissie. [2]
- Theo en Djuri staan weer voor de deur. Op naar de Utrechtsestraat. Als ik aankom, staat het brood van Het Vlaams Broodhuis, dat elke dag vers wordt aangeleverd, te wachten om vanuit de kratten de broodkast in te gaan. [3]
- De broodkast hangt daar hoog.
Er valt daar weinig te halen.
- Het woord broodkast staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "broodkast" herkend door:
| 92 % | van de Nederlanders; |
| 91 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ De Telegraaf OLOF VAN JOOLEN 30 mrt. 2018 Kantine van marine vol knaagdieren
- ↑ NRC Marjan Kuyt-Weppner 15 april 2006 Hollands dagboek; Marjan Kuyt-Weppner
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 92 %
- Prevalentie Vlaanderen 91 %