bronzen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bron·zen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van brons met het achtervoegsel -en
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen bronzen

Bijvoeglijk naamwoord

bronzen

  1. van brons gemaakt
    De Mitanni en de Hettieten vochten met bronzen wapens.
  2. op brons gelijkend, qua klank of kleur
    Het harde werk in de medogenloze zon had hem een bronzen aanblik gegeven.
Vertalingen
Woordafbreking
  • bron·zen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bronzen
bronsde
gebronsd
zwak -d volledig

Werkwoord

bronzen

  1. aan iets een bronskleur geven met bronspoeder , vernis enz
  2. (ergatief) een rode of bruine kleur verwerven
    Toen kwam de herfst, en in de kruinen bronsden
    De rozigblonde peren,
    'Wijl om de laatste rozen bijen gonsden
    Vol onvoldaan begeeren...[1]
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Herfstgedicht
    Joris Eeckhout. (1887- 1951)

Meer informatie