bringer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Woordafbreking
  • brin·ger

Werkwoord

bringer

  1. tegenwoordige tijd van bringe

Zelfstandig naamwoord

bringer, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van bringe


Noors

Woordafbreking
  • brin·ger
Naar frequentie 1831

Werkwoord

bringer

  1. tegenwoordige tijd van bringe

Zelfstandig naamwoord

bringer, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van bringe


Nynorsk

Woordafbreking
  • brin·ger

Zelfstandig naamwoord

bringer, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van bringe