brilde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bril·de

Werkwoord

vervoeging van
brillen

brilde

  1. enkelvoud verleden tijd van brillen
    • Ik brilde. 
    • Jij brilde. 
    • Hij, zij, het brilde.