briesen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • brie·sen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
briesen
brieste
gebriest
zwak -t volledig

Werkwoord

briesen

  1. inergatief hard spreken of schelden, tekeergaan
    • "Daar is de deur" brieste hij woedend. 
  2. inergatief (paarden) korte, krachtige uitstoot van adem
Verwante begrippen
Vertalingen

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord.

Zelfstandig naamwoord

briesen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord bries

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands