briefde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • brief·de

Werkwoord

vervoeging van
briefen

briefde

  1. enkelvoud verleden tijd van briefen
    • Ik briefde. 
    • Jij briefde. 
    • Hij, zij, het briefde. 

Gangbaarheid