bretels
Uiterlijk
- bre·tels
de bretels mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord bretel
- ▸ 'Het is niet dat ik geen bretels heb,' verklaarde hij, 'maar juist toen ik hiernaartoe liep voelde ik een knoop springen.[1]
- ▸ Hoe dan ook, de deur ging nu open en hij verscheen, bleek boven zijn rossige bakkebaarden, zijn bretels nog steeds onder de zoom van zijn jasje bungelend, zijn boordloze overhemd nog steeds loshangend bij zijn hals.[2]
- ▸ Hun vraag of ze hun bretels en spullen terug konden krijgen werd eerst genegeerd, maar later kregen ze toch alles terug, inclusief het ijzerdraad waarmee hun handen vastgebonden waren geweest.[3]
- [1] bretellen
- Het woord bretels staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "bretels" herkend door:
| 94 % | van de Nederlanders; |
| 73 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ “De tranen der acacia's”
(1949), G.A. van Oorschot
, ISBN 9789028242364 - ↑ “Fluwelen begeerte” (2002), Nijgh & Van Ditmar
, ISBN 9789038891934 - ↑ Teuntje de Haan“Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij
, ISBN 9789021409375 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 94 %
- Prevalentie Vlaanderen 73 %