braverik

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bra·ve·rik
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord braverik braveriken
verkleinwoord braverikje braverikjes

Zelfstandig naamwoord

braverik m

  1. iemand die heel gehoorzaam en netjes is; iemand die nooit de regels overtreedt
    • In de auto ben ik een enorme braverik. In de twaalf jaar dat ik een rijbewijs heb, kreeg ik slechts één bon voor te hard rijden. Ik heb dan ook weinig op met automobilisten die huilebalken over hun laatste verkeersboete. [1] 
    • Heel Nederland lijkt in de ban van Temptation Island. En met zijn mooie lokken en romantische gitaarmuziek is Ken Stoffers (23) de publiekslieveling. Maar hoe je ook in zijn dromerige ogen kunt verdwalen, een braverik is hij niet altijd geweest... [2] 
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Tubantia Irene van den Berg 13-04-17 Zo voorkom je onnodige snelheidsboetes
  2. De Telegraaf MARJOLEIN DE JONG 20 apr. 2017 Temptation Ken had meerdere relaties met oudere vrouwen