brauche

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • brau·che
vervoeging
tegenwoordige tijd, aantonende wijs, bedrijvende vorm
onbepaalde
wijs
brauche
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
(hot) gebraucht
enkelvoud meervoud
1e persoon ich brauch mir brauche
2e persoon du brauchscht dihr / der
dihr / der
ihr / er
ihr / er
nihr / ner
braucht
brauche
brauche
braucht
brauche
3e persoon er braucht sie brauche
sie braucht
es braucht

Werkwoord

brauche

  1. overgankelijk nodig hebben
  2. overgankelijk beraadslagen
  3. modaal werkwoord willen
Schrijfwijzen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Opmerkingen