brallerig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bral·le·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen brallerig bralleriger brallerigst
verbogen brallerige brallerigere brallerigste
partitief brallerigs brallerigers -

Bijvoeglijk naamwoord

brallerig

  1. luidruchtig en opschepperig
    • Een week eerder zit ik op het terras, met vriendin M. Er komt een nogal brallerig type aan het tafeltje naast ons zitten, die er eens lekker voor gaat zitten. Het resultaat: hij zit bijna óp mijn vriendin. [1] 
    • Van Ekelenburg: „Wij kennen Hitler allemaal van zijn brallerige toespraken. Maar als schrijver was hij een stuk netter en bezadigder. Ik heb getracht vanuit zijn psyche te schrijven.” Hij laat Hitler zaken zeggen als: ‘Het bevattingsvermogen van de grote massa is maar zeer beperkt, het begrip gering; de vergeetachtigheid is daarentegen groot’. En: ‘Mijn visie, een verenigd Europa onder Duitse leiding waarin iedereen in vrede en vrijheid kan leven, heeft immer als baken gediend’. [2] 
    • Joshua en zijn vriendin Katia hebben besloten samen verder het Caribische Gebied in te zeilen. Het jonge stel vaart paradijselijke baaien in bij exotische eilanden. Alleen jammer dat er af door het beeld een luidruchtige charterboot vaart met achter het stuurwiel een brallerige zondagsschipper. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
50 % van de Vlamingen.

Verwijzingen