bracht zoek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bracht zoek
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
zoekbrengen

bracht zoek

  1. enkelvoud verleden tijd van zoekbrengen
    • Ik bracht zoek. 
    • Jij bracht zoek. 
    • Hij, zij, het bracht zoek. 


Gangbaarheid