bracha
Uiterlijk
- bra·cha
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bracha | brachot |
| verkleinwoord |
- Berachot, nabracha, sjeva brachot, voorbracha, Wezot Habracha
- Jiddisj: brooche
- Het woord 'bracha' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- IPA: /braxa/
- bracha
bracha
- genitief enkelvoud van brach
- accusatief enkelvoud van brach
bracha
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Jiddisch-Hebreeuws in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Tsjechisch
- Woorden in het Tsjechisch met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Tsjechisch
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Tsjechisch
- Woorden in het Wymysoojs
- Woorden in het Wymysoojs met audioweergave
- Werkwoord in het Wymysoojs