braakliggenders

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • braak·lig·gen·ders

Bijvoeglijk naamwoord

braakliggenders

  1. partitief van de vergrotende trap van braakliggend
    • Dat is iets braakliggenders...