braadslee

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • braad·slee
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord braadslee braadsleeën
verkleinwoord braadsleetje braadsleetjes

Zelfstandig naamwoord

braadslee m

  1. (huishouden) (kookkunst) langwerpige of ovale braadschotel, met een tuit aan een van de hoeken, om de jus eruit te gieten
Synoniemen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.

Meer informatie